| Zuivere/verse
producten |
| Geef zo veel mogelijk
zuivere/pure/verse producten. Dat wil zeggen zo min mogelijk
voorbewerkt. Kant en klare producten bestaan vaak uit meer dan één
voedingsmiddel. Hierdoor is het bij een eventuele reactie moeilijker
te beoordelen welk voedingsmiddel de reactie heeft veroorzaakt.
|
| Verhitten |
| Kook
ieder voedingsmiddel voordat het wordt gegeven. Dit geldt in het
begin (de eerste 1 à 2 maanden) ook voor fruit. Verhitten kan ook
met behulp van de magnetron. Gekookte voedingsmiddelen worden vaak
beter verdragen dan rauwe. Gebruik bij de bereiding geen kruiden
of zout.
|
| Geen
introductie bij ziekte |
| Introduceer
geen nieuwe voedingsmiddelen in situaties waarin de waarnemingen
onduidelijk zijn. Bijvoorbeeld als het kind ziek is, bij infecties
of allergische verschijnselen. Het is dan niet duidelijk of het kind
op het geïntroduceerde voedingsmiddel reageert.
|
| Eén
voedingsmiddel tegelijk |
Introduceer
maar één voedingsmiddel tegelijk. Gedurende drie opeenvolgende
dagen wordt dit voedingsmiddel, naast de al verdragen producten
gegeven. Als er geen reactie optreedt dan wordt dit voedingsmiddel
verdragen.
Dus alleen worteltjes en geen combinatie van worteltjes en
erwten. Treedt er na het gebruik van een nieuw
voedingsmiddel één reactie op, dan moet u het
voedingsmiddel voorlopig uit de voeding weglaten.
|
| Hoeveelheid
opbouwen |
Introduceer
het voedingsmiddel in toenemende hoeveelheid.
Dag 1 :½ eetlepel
Dag 2 :1 à 1½ eetlepel
Dag 3 :
Bijvoorbeeld de
introductie van worteltjes. Starten met een ½ eetlepel op
de eerste dag. Vervolgens 1 à 1½ eetlepel op de tweede
dag. Tot slot op de derde dag 1½
à 2 eetlepels. Geeft dit geen reactie dan kunnen de
worteltjes in het dagmenu van uw baby gebruikt worden.
Maak hierbij altijd gebruik van enkelvoudige
voedingsmiddelen.
|
| Introductie
in de ochtend |
| Geef
nieuw te introduceren voedingsmiddelen in de loop van de morgen of
rond het middaguur. Op deze manier is in de loop van de dag goed te
zien of het kind er op reageert.
|
| 1
voedingsmiddel per week |
| Als
het voedingsmiddel wordt verdragen kan het toegevoegd worden in het
dagelijks menu. Daarnaast kunnen weer nieuwe voedingsmiddelen
getoetst worden. Test bij voorkeur 1 voedingsmiddel per week.
Verloopt de introductie goed dan kan na 1 à 2 maanden de
introductie versneld verlopen. Overleg dit met je diëtist.
|
| Introductieschema
|
| Hanteer
bij de introductie een schema met voedingsmiddelen die
weinig risico voor allergische reacties geven. De
voedingsmiddelen waarbij groot risico bestaat op
allergische reacties worden later geïntroduceerd. De
volgorde die hierbij aangehouden kan worden wordt
weergegeven in het introductieschema.
|
| Voedsel
dagboek |
| Het
is eenvoudiger om nauwkeurig bij te houden welke voedingsmiddelen
wel of niet verdragen worden. Als een voedingsmiddel niet verdragen
wordt, geef dan aan waaruit de reactie bestond en hoelang deze
duurde. Later kunnen deze voedingsmiddelen eventueel nog een keer
getest worden.
|
| Rust
na reactie |
| Als
er een reactie plaats gevonden heeft, stop dan onmiddellijk met de
introductie van het betreffende voedingsmiddel. Wacht daarna
minimaal 7 dagen voordat je verder gaat met de introductie van
bijvoeding. Is na 7 dagen je kind nog niet hersteld, wacht dan
langer met verdere introductie. Het lichaam moet eerst weer tot rust
komen.
|
| Pas
na 1 maand herintroductie |
Na
één maand kan het voedingsmiddel waarbij een reactie optrad weer
getest worden. Als er weer een reactie optreedt weet je zeker dat
dit middel niet verdragen wordt en dat het niet aan andere
omstandigheden van dat moment lag. Voorlopig moet je dit
voedingsmiddel dan niet meer geven.
Je kan dan beter wachten met herintroductie rond de
leeftijd van 1 jaar.
Wordt hierna weer een reactie waargenomen, wacht dan 6
maanden voordat je weer gaat herintroduceren.
Ei, schaal- en scheldieren, pinda of noten kunnen beter
pas na het tweede levensjaar opnieuw geïntroduceerd
worden.
|
| Afwisselen
voedingsmiddelen |
|
De
voedingsmiddelen die verdragen worden moeten zoveel mogelijk
afwisselend gegeven worden. Dus niet op één dag worteltjes en
bloemkool maar de eerste dag worteltjes en de tweede dag bloemkool.
Dit geldt ook voor fruit.
|
| Allergene
voedingsmiddelen na 9-12 maanden |
| Introduceer
allergene voedingsmiddelen vanaf de leeftijd van 9 à 12 maanden.
Allergene voedingsmiddelen zijn tomaat, citrusfruit, chocolade, ei
vis, schaal en schelpdieren, tarwe, pinda en noten. Overleg voor
introductie van deze voedingsmiddelen eerst met uw arts en diëtist.
Als alles erg goed gaat kunnen deze voedingsmiddelen getest worden.
Mijn voorkeur gaat uit om dit niet te snel te doen. Zeker de
voedingsmiddelen die gemakkelijk later gegeven kunnen worden, zoals
chocolade, pinda en noten. De reacties op pinda's kunnen erg heftig
zijn. Beter kan je met introductie wachten tot na de
tweede verjaardag. Tarwe is het voedingsmiddel waaraan als
eerste behoefte is. Graag willen we het kind gewoon brood geven,
i.p.v. glutenvrij, maar ook in veel kant en klare producten zit
tarwe in verwerkt. Als
tarwe verdragen wordt kan biologisch tarwebrood gegeven worden. |
| Intuïtie
van je baby |
| Vergeet
niet dat baby's ook een natuurlijk mechanisme hebben
waarmee ze kunnen aangeven wat goed en niet goed voor ze
is. Dit mechanisme werkt het beste als je kindje pure
producten krijgt, wat niet gemengd is. Wat
niet goed is voor ze zullen ze weigeren te eten!! Het
is belangrijk is dat ouders leren dit natuurlijk
mechanisme bij baby’s intact te houden door nóóit eten
op te dringen en het eten in de meest zuivere vorm aan te
bieden.
Natuurlijk
moet je kindje ook wennen aan de smaak van nieuwe
producten.
|