Basisregels

Bijvoeding

Basisregels
Voedingsmiddelen
Allergene voedingsmiddelen
Introductie schema
Voorbeeld Menu
Kant & Klaar potjes
Merkartikelenlijst
Recepten

 

 

 

 

Copyright © BabyAllergie

Wil je reageren of heb je tips? 
Marjolijne Schipper

BASISREGELS VOOR INTRODUCTIE NIEUWE VOEDINGSMIDDELEN

 

Zuivere/verse producten
Geef zo veel mogelijk zuivere/pure/verse producten. Dat wil zeggen zo min mogelijk voorbewerkt. Kant en klare producten bestaan vaak uit meer dan één voedingsmiddel. Hierdoor is het bij een eventuele reactie moeilijker te beoordelen welk voedingsmiddel de reactie heeft veroorzaakt.   

 

Verhitten
Kook ieder voedingsmiddel voordat het wordt gegeven. Dit geldt in het begin (de eerste 1 à 2 maanden) ook voor fruit. Verhitten kan ook met behulp van de magnetron. Gekookte voedingsmiddelen worden vaak beter verdragen dan rauwe. Gebruik bij de bereiding geen kruiden of zout. 

 

Geen introductie bij ziekte
Introduceer geen nieuwe voedingsmiddelen in situaties waarin de waarnemingen onduidelijk zijn. Bijvoorbeeld als het kind ziek is, bij infecties of allergische verschijnselen. Het is dan niet duidelijk of het kind op het geïntroduceerde voedingsmiddel reageert.   

 

Eén voedingsmiddel tegelijk
Introduceer maar één voedingsmiddel tegelijk. Gedurende drie opeenvolgende dagen wordt dit voedingsmiddel, naast de al verdragen producten gegeven. Als er geen reactie optreedt dan wordt dit voedingsmiddel verdragen. 
Dus alleen worteltjes en geen combinatie van worteltjes en erwten. Treedt er na het gebruik van een nieuw voedingsmiddel één reactie op, dan moet u het voedingsmiddel voorlopig uit de voeding weglaten.

 

Hoeveelheid opbouwen
Introduceer het voedingsmiddel in toenemende hoeveelheid.
Dag 1 :½ eetlepel
Dag 2 :1 à 1½ eetlepel
Dag 3 : 

Bijvoorbeeld de introductie van worteltjes. Starten met een ½ eetlepel op de eerste dag. Vervolgens 1 à 1½ eetlepel op de tweede dag. Tot slot op de derde dag 1½  à 2 eetlepels. Geeft dit geen reactie dan kunnen de worteltjes in het dagmenu van uw baby gebruikt worden. Maak hierbij altijd gebruik van enkelvoudige voedingsmiddelen. 

 

Introductie in de ochtend
Geef nieuw te introduceren voedingsmiddelen in de loop van de morgen of rond het middaguur. Op deze manier is in de loop van de dag goed te zien of het kind er op reageert.

 

1 voedingsmiddel per week
Als het voedingsmiddel wordt verdragen kan het toegevoegd worden in het dagelijks menu. Daarnaast kunnen weer nieuwe voedingsmiddelen getoetst worden. Test bij voorkeur 1 voedingsmiddel per week. Verloopt de introductie goed dan kan na 1 à 2 maanden de introductie versneld verlopen. Overleg dit met je diëtist.

 

Introductieschema
Hanteer bij de introductie een schema met voedingsmiddelen die weinig risico voor allergische reacties geven. De voedingsmiddelen waarbij groot risico bestaat op allergische reacties worden later geïntroduceerd. De volgorde die hierbij aangehouden kan worden wordt weergegeven in het introductieschema.

 

Voedsel dagboek
Het is eenvoudiger om nauwkeurig bij te houden welke voedingsmiddelen wel of niet verdragen worden. Als een voedingsmiddel niet verdragen wordt, geef dan aan waaruit de reactie bestond en hoelang deze duurde. Later kunnen deze voedingsmiddelen eventueel nog een keer getest worden.

 

Rust na reactie
Als er een reactie plaats gevonden heeft, stop dan onmiddellijk met de introductie van het betreffende voedingsmiddel. Wacht daarna minimaal 7 dagen voordat je verder gaat met de introductie van bijvoeding. Is na 7 dagen je kind nog niet hersteld, wacht dan langer met verdere introductie. Het lichaam moet eerst weer tot rust komen.

 

Pas na 1 maand herintroductie
Na één maand kan het voedingsmiddel waarbij een reactie optrad weer getest worden. Als er weer een reactie optreedt weet je zeker dat dit middel niet verdragen wordt en dat het niet aan andere omstandigheden van dat moment lag. Voorlopig moet je dit voedingsmiddel dan niet meer geven.
Je kan dan beter wachten met herintroductie rond de leeftijd van 1 jaar. 
Wordt hierna weer een reactie waargenomen, wacht dan 6 maanden voordat je weer gaat herintroduceren. 
Ei, schaal- en scheldieren, pinda of noten kunnen beter pas na het tweede levensjaar opnieuw geïntroduceerd worden.

 

Afwisselen voedingsmiddelen

De voedingsmiddelen die verdragen worden moeten zoveel mogelijk afwisselend gegeven worden. Dus niet op één dag worteltjes en bloemkool maar de eerste dag worteltjes en de tweede dag bloemkool. Dit geldt ook voor fruit.

 

Allergene voedingsmiddelen na 9-12 maanden
Introduceer allergene voedingsmiddelen vanaf de leeftijd van 9 à 12 maanden. Allergene voedingsmiddelen zijn tomaat, citrusfruit, chocolade, ei vis, schaal en schelpdieren, tarwe, pinda en noten. Overleg voor introductie van deze voedingsmiddelen eerst met uw arts en diëtist. Als alles erg goed gaat kunnen deze voedingsmiddelen getest worden. Mijn voorkeur gaat uit om dit niet te snel te doen. Zeker de voedingsmiddelen die gemakkelijk later gegeven kunnen worden, zoals chocolade, pinda en noten. De reacties op pinda's kunnen erg heftig zijn. Beter kan je met introductie wachten tot na de tweede verjaardag. Tarwe is het voedingsmiddel waaraan als eerste behoefte is. Graag willen we het kind gewoon brood geven, i.p.v. glutenvrij, maar ook in veel kant en klare producten zit tarwe in verwerkt.  Als tarwe verdragen wordt kan biologisch tarwebrood gegeven worden.
Intuïtie van je baby
Vergeet niet dat baby's ook een natuurlijk mechanisme hebben waarmee ze kunnen aangeven wat goed en niet goed voor ze is. Dit mechanisme werkt het beste als je kindje pure producten krijgt, wat niet gemengd is. Wat niet goed is voor ze zullen ze weigeren te eten!!  Het is belangrijk is dat ouders leren dit natuurlijk mechanisme bij baby’s intact te houden door nóóit eten op te dringen en het eten in de meest zuivere vorm aan te bieden.

Natuurlijk moet je kindje ook wennen aan de smaak van nieuwe producten.

Allergie ] Koemelkallergie ] Borstvoeding ] Hypo-allergene melk ] Bijvoeding ] Links ] Tabelpagina ] Dank ] Gastenboek ]