|
Bij baby’s is
koemelkallergie de meest voorkomende vorm van allergie. Het is ook logisch
dat een baby hier het meest op reageert. Een baby drinkt
in zijn eerste levensjaar voornamelijk melk. Het lichaam reageert
op het eiwit dat in de melk zit.
Van alle baby’s
die worden geboren krijgt 2 –6 % een koemelkallergie.
Voorheen werd er
gedacht dat een baby als het 1 tot 2 jaar oud was wel over de
koemelkallergie heen zou groeien. Maar recente artikelen geven aan dat op
de leeftijd van 4 jaar nog 33-44% van de kinderen nog intolerant zijn voor
koemelk.
Veel kinderen groeien wel over hun voedselallergie heen als ze 4 of 5 jaar oud zijn.
Koemelkallergie kan
zich uiten in verschillende klachten. Meestal beginnen de klachten in de
eerste 3 maanden. De belangrijkste symptomen zijn klachten van de maag en
darm (50%). Vaak begint het met eczeem (35%) in het gezicht, op de wangen. De wangen
vertonen rode plekken die er schraal uit zien. Vaak jeukt het ook erg. Ook
luchtwegklachten (15%) kunnen een rol spelen. Andere symptomen kunnen o.a. zijn:
-
Darmkrampen (vaak
met veel huilen)
-
Huidklachten zoals
eczeem, jeuk, uitslag rond de
mond, netelroos (galbulten of urticaria) en angio-oedeem (zwelling van
bijvoorbeeld lippen of oogleden door vochtophoping)
-
Diarree of
verstopping
-
Bloedverlies
tijdens de ontlasting
-
Spugen
-
Problemen met de
luchtwegen, astma
-
Loopneus,
niesbuien (helder neusvocht), terugkerende verkoudheden
-
jeukende, tranende
ogen
-
Oorklachten
-
Groeiachterstand
-
Voedsel weigeren,
slecht drinken
Bij een baby met
koemelkallergie kan elke klacht afzonderlijk of in combinatie optreden.
Luchtwegklachten gaan vaak gepaard met huid en darmklachten. De
klachten kunnen binnen enkele minuten na het gebruiken van voeding met
koemelk optreden of pas na 1 tot 2 dagen. Als
je baby last heeft van darmkrampjes of diarree wil dat niet automatisch
zeggen dat het allergisch is voor koemelk. Elke baby heeft wel eens last
van pukkeltjes of moet een keer spugen. Denk je dat er iets met je baby
aan de hand is, raadpleeg dan altijd je huisarts of consultatiebureau-arts.
Eventueel kan een kinderarts of andere specialist je kind verder
onderzoeken.
Naar
boven
Van een huilbaby
spreekt men als een baby meer dan 3 uur per dag huilt,op minstens 3 dagen
in de week, minimaal 3 weken achter elkaar.
Vaak neemt men aan dat de baby huilt door darmkrampen. Of de baby echt
krampjes heeft is niet altijd duidelijk. De baby kan kan hard en intens
huilen met opgetrokken beentjes. De buik voelt gespannen aan en de
baby is onrustig. Soms laat de baby winden. Het huilen kan plotseling
ontstaan en de baby is moeilijk te troosten. Bijkomend verschijnsel is
vaak een afwijkend slaappatroon. De baby slaapt kort en onrustig en wordt
overdag en soms ook 's nachts wakker.
Naar
boven
Eczeem begint vaak op de wangen in het gezicht. Later
kunnen ook plekken ontstaan op de armen en in het gebied van de nek en
hals. Na verloop van tijd verplaatst het eczeem naar de holten van de
elleboog en knie.
Karakteristiek is een rode schilferende huid die kan
jeuken. Door de jeuk en het krabben ontstaan steeds nieuwe
verwondingen. Eczeem kan ook nattend worden bij ernstige
ontstekingsverschijnselen. De rest van de huid is erg droog.
Naar boven
Allergie en dus ook
koemelkallergie blijkt erfelijk te zijn. Heb je zelf een vorm van allergie
dan is de kans groot dat je kinderen koemelkallergie (of een andere vorm
van allergie zoals eczeem, astma en hooikoorts) krijgen. Dit wordt
atopische constitutie genoemd.
Hoe groter het
allergierisico, des te effectiever zijn de preventiemaatregelen.
Meer informatie over
symptomen zoals eczeem, erfelijkheid en allergenen is te vinden in het
hoofdstuk Allergie.
Naar
boven
De vertering van
voedsel begint in de mond en eindigt in de darm. Normaal gesproken wordt
al het voedsel tijdens de vertering in de darmen in uiterst kleine stukjes
gesplitst. Dit gebeurt ook met eiwitten. Daarna worden deze stukjes als
het ware door de darm gezeefd en in het bloed opgenomen. Alleen zeer
kleine voedseldeeltjes kunnen de darmwand passeren.
Bij een baby is de darm nog niet
helemaal volgroeid. De darm werkt dan nog niet optimaal. Hierdoor kunnen
dan ook grotere, niet volledig verteerde eiwitten de darmwand passeren en
in het bloed terechtkomen. Bij de meeste kinderen kan dit geen kwaad. Bij
kinderen met een allergische aanleg ziet het lichaam deze eiwitten als
‘niet veilige stoffen’. Hierdoor treedt het afweersysteem in werking,
zoals dat ook in werking treedt zodra ziekmakende bacteriën en virussen
in het bloed komen.
Bij het eerste contact met een niet
volledig verteerd koemelkeiwitdeeltje maakt het afweersysteem speciale
afweerstoffen (antistoffen). De antistoffen hechten zich aan speciale
cellen (mestcellen) die bepaalde prikkelende stoffen (histamine) bevatten.
Zodra de mestcel voor de tweede keer in aanraking komt met het niet
volledig verteerde koemelkeiwitdeeltje, gaat de mestcel stuk. Hierdoor
komt er histamine vrij en kunnen er allergische klachten optreden zoals
eczeem, darmkrampjes, spugen enz.
Naar
boven
Hoe
kom je er nu achter of je baby een koemelkallergie heeft? Er
bestaat geen ideale test om koemelkallergie aan te tonen. De standaard
voor diagnostiek van koemelkallergie is de eliminatie/provocatie test. Geef
je borstvoeding dan zal je zelf alle zuivelproducten moeten laten staan
(eliminatie).
Dit zijn bijvoorbeeld melk, yoghurt en kaas. Je moet hierbij ook denken
aan alle producten waar melk in verwerkt is. Geef
je de fles dan moet je over gaan op een hypo-allergene flesvoeding.
Er zijn verschillende soorten hypoallergene flesvoedingen. Sommige
bevatten partiele hydrolysaten en bevatten dus nog een deel grotere
eiwitmoleculen en is alleen geschikt voor preventie. Volledige
hydrolysaten zijn wel geschikt om te gebruiken voor de
eliminatie/provocatie test.
Eliminatie dient gedurende vier weken, plaats te
vinden. Heeft je baby eczeem, dan duurt het vaak wel 6 weken voordat het
eczeem volledig is verdwenen.
Men spreekt van positieve eliminatie als de klachten binnen deze periode
verdwijnen of verminderen. Ga
je na een tijdje weer de melkproducten proberen (provocatie) dan moeten de
oorspronkelijke klachten zoals bijvoorbeeld eczeem, diarree en krampen weer verschijnen.
Je weet dan vrijwel zeker dat je baby een koemelkallergie heeft. Provocatie
met koemelk kan op de leeftijd van 12 maanden uitgevoerd worden. Als dan
nog blijkt dat er sprake is van een koemelkallergie dan wordt de
provocatie herhaald bij 18 maanden, opnieuw bij 24 maanden en vervolgens
eenmaal per jaar.
Heb je sterk het gevoel dat je baby nog niet aan provocatie toe is (vaak
ziek, eczeem of andere klachten) dan zou ik de provocatie uitstellen. Ook
door een laboratoriumonderzoek kan koemelkallergie bepaald worden. Er
wordt dan gebruik gemaakt van de RAST-test. Deze test kan worden
aangevraagd voor koemelk-eiwit in het algemeen en voor een aantal
belangrijke eiwitcomponenten van melk, met name bèta-lactoglobuline en caseïne.
De betrouwbaarheid van deze test ligt tussen de 35 en 90 % en is dus
gering. Ook bij combinatie klachten en huidafwijkingen is de voorspellende
waarde van deze test gering.
Een andere methode om te onderzoeken of je kind
allergisch is, is via een huidtest. Op deze manier kan een allergie voor
voedingsmiddelen zoals koemelk, graspollen, huismijt of voor dieren opgespoord worden.
Deze test kan je in het ziekenhuis laten uitvoeren. Je kind krijgt dan op
de rug druppeltjes met het verdachte allergeen. In elk druppeltje wordt
een klein prikje gegeven. Na een kwartier is de reactie van de huid af te
lezen. Is je kind erg allergisch voor het betreffende allergeen dan
ontstaat een groter rood bultje.
Huidtest met verse melk is
betrouwbaarder maar standaardisatie ontbreekt. Hierdoor is de test voor
koemelkallergie niet altijd betrouwbaar.
De meest betrouwbare test is dus de
eliminatie/belastingtest.
Naar
boven
Een behandeling van koemelkallergie is gebaseerd op het weglaten van
koemelk-eiwitten uit de voeding. Geeft een moeder borstvoeding en je
baby heeft toch nog klachten die wijzen op een koemelkallergie, dan kan
de moeder het beste een dieet volgen zonder koemelkproducten. Wordt er
flesvoeding gegeven dan kan er het beste over gegaan worden op een
zuigelingenvoeding op basis van eiwit-hydrolysaat. Partiele hydrolysaten
zijn niet geschikt als voeding bij bewezen koemelkallergie. Geef
ten minste 6 maanden borstvoeding zonder bijvoeding. Ook in het geval
van flesvoeding wordt geadviseerd om de eerste 6 maanden geen bijvoeding
te geven. De darmpjes moeten in deze maanden eerst verder ontwikkeld
worden. Als er eerder begonnen wordt met bijvoeding is de kans groter op
het ontwikkelen van een voedselallergie. Zuigelingenvoedingen
op basis van Soja worden ontraden, omdat soja een allergeen product is en
er gemakkelijk een Soja-allergie kan optreden. Een soja-allergie is erg
vervelend, omdat Soja in zoveel producten zit. Ook worden er
regelmatig goede resultaten gehaald bij Homeopaten of alternatief genezers
die met bio-resonantie en electro-acupuntuur werken. De algemene weerstand
van je baby kan vergroot worden of de allergie verminderen of wegnemen.
Naar
boven
Borstvoeding is de beste voeding
voor een baby. Afweerstoffen in borstvoeding beschermt je baby tegen
infecties. Krijgt een baby borstvoeding dan
zal er minder vaak een koemelkallergie ontstaan. Ook is borstvoeding
gunstig ter preventie van astma en eczeem.
Ook kunnen in de
moedermelk sporen van koemelkeiwitten zitten, waar een baby op kan
reageren. Deze sporen koemelkeiwitten komen in de moedermelk doordat de
moeder zelf koemelk gebruikt. Om te voorkomen dat je baby reageert op de
melkproducten die jij eet, kan je op een koemelkvrij dieet gaan. Voor meer
informatie over koemelkallergie en borstvoeding of over allergie en
borstvoeding bekijk dan de pagina's over borstvoeding.
Naar
boven
De melkpoeders die baby’s krijgen
worden gemaakt van koemelk. Het is dan logisch dat hierin veel
koemelkeiwitten zitten. Een koemelkallergie komt daarom vaker voor bij
baby’s die de fles krijgen.
Voor
baby's met een koemelkallergie is er speciale hypo-allergene melk.
De eiwitbron van deze flesvoeding kunnen van elkaar verschillen. Zo zijn
er flesvoedingen op wei-, caseïne, of soja-eiwit basis.
Deze
melk bevat koemelkeiwitdeeltjes die in kleinere stukjes geknipt zijn,
zodat ze door het lichaam niet meer herkend worden. Hoe hoger de
hydrolysatiegraad ( hoe kleiner het molecuulgewicht) hoe kleiner de kans
op een allergische reactie.
Bij
flesvoeding zal je bij verdenking op koemelkallergie over moeten stappen
van een gewone flesvoeding op hypo-allergene melk. In eerste instantie
wordt er gekozen voor een wei-hydrolysaat. De klachten moeten
hierna verminderen. Blijven er problemen ontstaan dan kies je in tweede
instantie voor een caseïne-hydrolysaat. Dit is een hypo-allergene melk die
uit nog
kleinere eiwit deeltjes bestaat.
Flesvoeding op basis van soja wordt ontraden. Het risico op het ontstaan
van soja-overgevoeligheid ligt rond de 5-20%.
In
het hoofdstuk over hypo-allergene
melk is informatie te vinden over verschillenden soorten flesvoeding
bij een koemelkallergie.
Naar
boven
Het wordt ontraden om sojamelk
vóór negen maanden te geven. De kans dat kinderen met een koemelkallergie in hun
eerste levensjaar ook een soja-allergie ontwikkelen is groot. Het risico
op het ontstaan van soja-overgevoeligheid ligt rond de 5-20%. Door
soja(-melk) te vermijden, wordt dit probleem in ieder geval
voorkomen. Na de
leeftijd van 9 maanden tot 1 jaar, kan je er voor kiezen om sojamelk te gaan
introduceren. Dit is afhankelijk van hoe de introductie tot nu toe is
verlopen. Verloopt deze erg moeizaam, dan kan je soms beter de introductie
van sojamelk nog even uitstellen.
Er zijn
verschillende soorten sojamelk: opvolgmelk op basis van soja en
kant-en-klare sojamelk die al dan niet verrijkt is met calcium en B2. Bron:
Overgevoeligheden, Nummer 2, 2002 ; vraag aan Voedingscentrum
informatielijn. Naar
boven
Is geitenmelk geschikt als
vervanger voor melk als je een koemelkallergie hebt?
Koemelk is een belangrijke bron van calcium en vitamine B2. Om een
tekort aan deze onmisbare voedingsstoffen te vermijden, is het belangrijk
om koemelk door andere voedingsmiddelen met de zelfde voedingswaarde te
vervangen. Veel mensen denken
dat geitenmelk een goed alternatief kan zijn voor voor koemelk bij een
koemelkallergie. Dit is echter niet het geval. De eiwitten in geitenmelk
vertonen veel overeenkomsten met de eiwitten in koemelk waarop kinderen
met een koemelkallergie reageren. Na gebruik van geitenmelk kan het
lichaam de eiwitten uit geitenmelk herkennen als koemelkeiwitten waardoor
een allergische reactie kan optreden.
Ook heeft geitenmelk niet de zelfde samenstelling als koemelk. Geitenmelk
bevat bijvoorbeeld minder foliumzuur.
Melk uit andere bronnen zoals amandelmelk, granenmelk en havermelk zijn
wat voedingswaarde betreft niet volwaardig. Kinderen
jonger dan dan 1 jaar kunnen gebruik maken van een zuigelingen
voeding op basis van een eiwithydrolysaat (hypo-allergene voeding). Bron:
Overgevoeligheden, Nummer 2, 2002 ; vraag aan Voedingscentrum
informatielijn. Naar
boven
Na
6 maanden gaat je baby langzaam wennen aan ander voedsel. Alle producten
waarin koemelk zit verwerkt moeten vermeden worden. Dit betekent niet
alleen melk, yoghurt en vla maar ook de producten waarin een klein beetje
zit verwerkt.
Let bijvoorbeeld ook goed op het brood. Als er in het brood
broodverbeteraar zit, kan het betekenen dat er koemelk in verwerkt
zit.
Lees alle etiketten goed. Staat er op het etiket wei of caseïnaat, dan
zit er koemelk in verwerkt. Heeft
je kind een koemelkallergie dan is de kans groter dat het ook reageert op
andere voedingsmiddelen. Tips voor een goede introductie en een lijst voor
het introduceren van de eerste hapjes kunnen je helpen om andere allergieën
op te sporen en te voorkomen. Veel
informatie over het overstappen naar vaste voeding is te vinden in het
hoofdstuk Bijvoeding.
Naar
boven
Als je kindje ouder wordt zal zijn voeding steeds uitgebreider worden.
Het is belangrijk dat je kindje voldoende goede voedingstoffen binnen
krijgt. Als melk niet in de voeding gebruikt kan worden verdwijnen er
belangrijke voedingsstoffen in de voeding. In koemelk zit calcium (kalk), vitamine B2 en eiwitten.
Eiwit, calcium en vitamine B2 zit ook in veel andere producten. Kan je geen koemelk
gebruiken dan zal je hiervoor een vervanger moeten zoeken. Een diëtist
kan berekenen en beoordelen of calcium, vitamine B2 en eiwitten voldoende
in de voeding zitten. Is dit niet het geval dan zal ze zoeken naar gewone
voedingsmiddelen die deze tekorten aan kunnen vullen. Lukt dit niet dan
kan een voedingssupplement gebruikt worden. Daarnaast zijn er
in de supermarkt verschillende producten verkrijgbaar waar extra calcium
of B vitamines in zijn verwerkt. De eiwitten in melk zou je kunnen vervangen door bijvoorbeeld
extra vleeswaren te eten. Calcium
Groenbladige groenten, bonen, calcium-verrijkte sojamelk en
calcium-verrijkte 100%-sappen zijn goede calciumbronnen met voordelen
die zuivelprodukten niet hebben. Het zijn uitstekende bronnen van
phytochemicaliën en anti-oxidanten, terwijl ze weinig vet, geen
cholesterol en geen dierlijke proteïnes bevatten.
Goede calciumbronnen zijn bloemkool, boerenkool, Broccoli, Chinese
kool, postelein, spinazie, tuinbonen, amandelen, hazelnoten, paranoten,
vijgen, erwten, bruine bonen, kapucijners, linzen, witte bonen, haring,
makreel, lekkerbekje, gekookte mosselen en gebakken schol.
Er is ook Appelsientje met
extra calcium in de supermarkt verkrijgbaar. Een glas appelsientje bevat evenveel calcium als een glas
melk.
Daarnaast is er Roosvicee Calcium met sinasappel-mango smaak met
toegevoegde Calcium en vitamine C verkrijgbaar. Een glas limonade bevat evenveel
Calcium als een glas melk. Voor kinderen
ouder dan 2 jaar is er nu ook een voedingsupplement Dino-calcium
van Orthica. Dit is een kauwtabletje waarin calcium, vitamine D en
vitamine B2 zit. Een tablet bevat 200 mg calcium, 2,5 mcg vitamine D en 1
mg vitamine B2. Het is verkrijgbaar bij de apotheek of reformwinkel Vitamine B2 (Riboflavine)
Vitamine B2 zit vooral in melk en melkproducten, vlees (lever, nieren),
vis, gevogelte, eieren, volkorenproducten, donkergroene bladgroenten en
sla. Het beste voedingssupplement is biergist, dat bevat naast vitamine
B2 ook alle andere B-vitamines. Vitamine B2 is zeer lichtgevoelig.
Wanneer een fles melk drieënhalf uur lang in het licht staat of in de
zon, wordt tot 70% van de vitamine B2 die de melk bevat vernietigd. Ook
het houdbaar maken door verhitten of bij het condenseren van de melk
gaat veel vitamine B2 verloren.
| Levensmiddel |
mg /100g |
| Lever |
2,80 |
| Leverworst |
1,10 |
| Amandelen |
0,78 |
| Kaas (vet |
0,44 |
| Paddenstoelen |
0,42 |
| Zalm |
0,37 |
| Paling |
0,32 |
| Volkorengraan |
0,30 |
| Zonnebloempitten/sesamzaad |
0,25 |
| Rundvlees |
0,20 |
| Spinazie |
0,18 |
| Volle melk |
0,16 |
| Ei per stuk |
0,15 |
| Walnoten |
0,13 |
| Sojabonen |
0,11 |
Bron: Vitamines, Fit met vitamines, Vitaminerijke
recepten, Vitamines als medicijn: Klaus Oberbeil. ISBN 90 4430462 3
Naar
boven
Kinderen kunnen zich vaak gemakkelijk aanpassen aan hun dieet. Vooral
jonge kinderen hebben nog niet in de gaten dat ze een dieet hebben. Alles
wat hun wordt voorgezet is van zelf sprekend.
Wordt het kind ouder en gaat het naar de peuterspeelzaal, school of bij
vriendjes spelen dat wordt het vaak lastiger. Ze beseffen dan
langzamerhand dat ze ander eten krijgen of niet alles mogen eten. Informeer
de juf op school van het dieet en vertel wat ze niet mogen hebben. Zorg
voor vervangende dieetproducten als er speciale feesten op school zijn
zoals sinterklaas, kerst en Pasen.
Ook is het handig om de moeders in te lichten waar je kind gaat spelen. Op
school kan een trommeltje worden gezet, gevuld met traktaties die ze mogen
hebben. Als een kind trakteert wat het niet mag hebben kan daar iets vervangend
uit gekozen worden. Het is handig om een lijstje van verjaardagen te
hebben van de kinderen uit de klas. Van te voren kan dan overlegd worden
wat er wordt getrakteerd. Soms willen de ouders iets passends zoeken. Ook
kan je zelf een traktatie zoeken die lijkt op die van de andere kinderen. Zorg
dat op adressen waar je kind vaak komt een lijst ligt met daarop de
producten die je kind mag hebben. Bekende merken zijn in de praktijk
altijd handig. Naar
boven
Producten die altijd koemelk bevatten, zijn niet toegestaan in een
koemelkvrij dieet. Dit geldt voor alle volgende producten die meestal
gemakkelijk te herkennen zijn:
- magere melk, halfvolle melk, volle melk
- karnemelk
- kaas, smeerkaas, smeltkaas
- yoghurt, biogarde, vla, kwark, pap, pudding, yoghurtdrank
- kefir, huttenkase, cottage cheese, umer
- roomboter, slagroom, koffieroom, halfroom, koffiemelk, sour cream,
zure room, crème fraîche
- roomijs, yoghurtijs
- chocolademelk
- zuivelfrisdranken, frisdranken op weibasis
Hoe kan je herkennen aan het etiket of een product koemelk bevat?
Op het etiket staan dan één van de volgende toevoegingen:
- melk, melkpoeder, (magere of droge) melkbestanddelen
- wrongel, wei, weipoeder en melkzout
- melkpoeder, magere melkpoeder, volle melkpoeder, melkderivaat
- caseïnaat, caseïne, melkeiwit, gehydrolyseerd melkeiwit,
- margarine (geen plantaardig), roomboter, boterconcentraat,
boterolie, melkvet, melkzout
- lactose, melksuiker (bevatten vaak sporen koemelkeiwit, tenzij het
extra geraffineerd is)
- lactalbumine, beta-lactoglobuline, lactoperoxidase, lactoval,
recaldent, transglutaminase, nisine (E234)
- broodverbetermiddelen kunnen koemelk bevatten
Verwarrend zijn de namen melkzuur, lactaat, cacaoboter en kokosmelk.
Deze stoffen hebben niets met koemelk te maken.
Naar
boven
Heeft je kind een koemelkallergie, dan moet je erg op de juiste voeding
letten. Er mag dan geen koemelk in zitten. Als je boodschappen doet kan je
in de winkel de etiketten lezen en hierin staat vermeld of er koemelk
aanwezig is. Dit is een tijdrovende klus en niet altijd even eenvoudig.
Bij het voedingscentrum zijn
merkartikelenlijsten te verkrijgen waar alle producten in staan die geen
koemelk bevatten. Wanneer je zoekt op artikelnummer 297 of 298 kan je de
Merkartikelenlijst downloaden of printen. Ook de winkel waar je het kan kopen staat vermeld. Dit
is erg handig, zodat je thuis al op kan zoeken wat je wil kopen. Naar
boven
Op 25 juni 2003
is het centrum voor kinderallergologie geopend in
Utrecht.
Dit centrum is opgericht om kinderen sneller te kunnen behandelen. Het team bestaat uit een
kinderarts, dermatoloog, diëtist, kinderlongarts, kinderkno-arts
en kinderoogarts. Er kan hierdoor sneller een diagnose worden
gesteld. De testen bestaan o.a. uit de huidtest, bloedtest en
voedselprovocatietest.
Het kinderallergiecentrum is een onderdeel van het UMC (
Universitair Medisch Centrum) te Utrecht en gevestigd in het WKZ (Whilhelmina Kinder Ziekenhuis) te Utrecht. Voor meer informatie Tel:
030-250 4075
www.kinderallergologie.nl
Allergie Centrum Utrecht
Een compleet getraind team van verpleegkundigen, kinderarts-allergoloog,
dermato-allergoloog, arts-assistenten, allergie-diëtist en andere
medewerkers zijn werkzaam in de polikliniek, het Allergie Centrum
Utrecht aan de Plompetorengracht.
" Duizenden zuigelingen en jonge kinderen uit het hele land zijn
sindsdien ons station gepasseerd. Know how, ervaring, gerichte diagnostiek en goede
zorgverlening zijn de peilers van ons centrum. De kinderartsen Voerman,
Harms en Rijntjes geven daaraan achtereenvolgens mede inhoud, naast
dermatoloog Martens en meerdere arts-assistenten.
Allergie Centrum Utrecht is nog steeds even levend als bij de start,
verricht dagelijks in stilte haar zorgverlenend werk, krijgt
verwijzingen uit het hele land, verleent stages, werkt mee aan
onderwijs, is laagdrempelig en kent geen wachtlijsten. Reeds in 2000
kreeg ACU als een van de eerste centra overheidserkenning van het
Ministerie van VWS als Zelfstandig Behandelcentrum. Sinds 2002 vormt het
onderdeel van het ZBC stichting DERMIS Poliklinieken, met
erkenningsplaatsen voor dermatologie, pediatrie en interne geneeskunde.
Zorgcontracten zijn afgesloten met alle landelijk actieve
zorgverzekeraars".
B.P.M. Martens, dermatoloog/allergoloog
Plompetorengracht 22-24
3512 CD Utrecht
tel. 030 23 11 447
fax 030 23 40 633
e-mail: acu@dermis.nl
Naar
boven
- Als je kind een hypo-allergene
voeding gebruikt, wordt de ontlasting vaak dunner en groen.
- Informeer opa's en oma's, oppas,
school, ouders van vriendjes over het dieet van je kind.
- Geef op school of crèche je
telefoonnummer voor noodgevallen en dat van je huisarts.
- Laat je kind de traktatie eerst
mee naar huis nemen voordat hij/zij het opeet
- Zet op school of de crèche een
trommeltje neer met lekkers dat je kindje wel mag hebben, als er
getrakteerd wordt.
- Hang in de keuken een lijstje op
met wat je kind wel en niet mag hebben.
- Er zijn speciale boeken in de
boekhandel met recepten voor een dieet.
Kijk ook naar de recepten op deze website.
Naar
boven |