|
Tussen de 6de
en 24ste maand
is de moedermelk ongeveer 500 ml per dag. Zij kan dus een groot gedeelte
van de calorieën leveren die een kind op deze leeftijd nodig heeft. De
melkproductie kan desnoods worden verhoogd en ook een kind, dat normaal
al bijvoeding krijgt, kan weer volledig door moedermelk worden gevoed.
Moedermelk levert 70 Kcal per 100 ml. Dit is twee keer de
energiewaarde van een afbouwpapje. In het tweede levensjaar levert
moedermelk 31% van de energiebehoefte van het kind. Kinderen die op de
leeftijd van 13-18 maanden borstvoeding krijgen, ontvangen bij dezelfde
hoeveelheid voeding 25 % meer energie dan kinderen die dat niet krijgen.
Oudere kinderen ontvangen 17 % meer.
Veel kinderen
in het tweede levensjaar eten minder. Als de borstvoeding wordt
afgebouwd vóór het tweede levensjaar dan heeft het kind natuurlijk
veel meer vaste voeding nodig dan er voor. Uit onderzoek is gebleken dat
kinderen die geen borstvoeding krijgen slechts 84% van de dagelijkse
geadviseerde hoeveelheid calorieën binnen krijgen tegenover 108% bij
kinderen die nog steeds borstvoeding krijgen.
Moedermelk blijft de belangrijkste bron van eiwit van hoge
kwaliteit, vitaminen en andere voedingstoffen. Belangrijk is hoe groot
de biologische beschikbaarheid is van deze stoffen.
In het tweede
levensjaar wordt 38% van de behoefte aan eiwit gedekt door moedermelk.
Vitamine A behoefte wordt in het tweede levensjaar voor 100% gedekt.
Een dagelijkse
hoeveelheid van 500 ml moedermelk levert 19 mg vitamine C, dit is
95%
van de hoeveelheid die kinderen nodig hebben in het tweede levensjaar.
Verder bevat moedermelk in het tweede levensjaar van de aanbevolen
dagelijkse hoeveelheden 50% ijzer, 44% calcium, 41% niacine, 26%
foliumzuur, 21% riboflavine.
Uit moedermelk
wordt 70% ijzer geadsorbeerd vergeleken met koemelk dat 10%
bedraagt. Een kind dat borstvoeding krijgt wordt beter van ijzer
voorzien dan kinderen die geen borstvoeding krijgen.
Niet alleen colostrum (de eerste moedermelk na de geboorte) bevat
grote hoeveelheden immuunfactoren. Na de zesde maand neemt de
hoeveelheid immunoglobine toe als reactie op de dalende melkproductie.
Met 20 maanden komen de IGA- en IgG-spiegels overeen met die van twee
weken. Kinderen na zes maanden worden steeds mobieler en steken veel in
hun mond. Baby’s hebben dan meer bescherming nodig van verschillende
immuunfactoren. Lysozym, een niet-specifieke anti-microbiële factor
bereikt in sommige gevallen na 12 maanden dezelfde hoeveelheid als in
colostrum. Uit onderzoek blijkt dat dit gehalte blijft stijgen tot de 25ste
maand.
1 ml moedermelk
bevat rond 4000 levende cellen die de groei van bacteriën, schimmels en
parasieten remmen.
Uit onderzoek
is gebleken dat per 10 kinderen die borstvoeding kregen er 23 kinderen
die kunstmatig gevoed werden een luchtweginfectie kregen.
Diarree kwam
bij 10 kinderen voor die borstvoeding kregen t.o.v 35 kinderen die
kunstmatige voeding kregen.
Middenoorontsteking
komt bij 10 kinderen voor die borstvoeding kregen t.o.v. 95
kinderen die kunstmatige voeding kregen.
Als kinderen
ziek zijn, willen veel kinderen die borstvoeding krijgen toch drinken ook
als zij verder geen eetlust hebben. Men heeft het vermoeden dat
het eiwit van hoge kwaliteit in de moedermelk ertoe leidt, dat
een ziek kind weer trek heeft in koolhydraten. Bron
o.a.:
-
Wat-
Geef jij nu nog borstvoeding? Elizabeth Hormann IBCLC, NVL info 2,
april 2000.
-
Melk
niet zo best voor elk! De waarheid achter melk. Dr. J. Beunk,
Haarlem
-
Vereniging
Borstvoeding Natuurlijk
-
La
Leche League Nederland
|