| De
term voedselintolerantie wordt niet meer gebruikt en is
vervangen door de term niet-allergische voedselovergevoeligheid.
Voedselallergie en
niet-allergische voedselovergevoeligheid worden vaak door elkaar gebruikt, toch zijn het twee
verschillende dingen.
- Bij een voedselallergie is er een
reactie van het afweersysteem op bepaalde voedselbestanddelen.
- Bij een niet-allergische
voedselovergevoeligheid is er een
overgevoeligheid waarbij geen reactie van het afweersysteem optreedt
(niet-immunologische reactie) op voedsel.
Ook kinderen met een
niet-allergische voedselovergevoeligheid worden ziek na
het eten van bepaalde voedingsmiddelen. De klachten kunnen sprekend op
elkaar lijken maar dit heeft alleen niets te maken
met het afweersysteem. Niet-allergische voedselovergevoeligheid is vager, omdat het een
'willekeurige' reactie op voedingsmiddelen betreft.
|
Niet-allergische
voedselovergevoeligheid kan worden veroorzaakt door:
|
- Natuurlijke voedselbestanddelen
zoals Lactose (melksuiker), gluten (eiwitachtige stof die voorkomt in
tarwe, rogge haver en gerst) of biogene-aminen, voorkomend in
bijvoorbeeld wijn en schelpdieren.
- Kunstmatige geur-, kleur- en smaakstoffen
- Natuurlijke kleurstoffen
- Conserveermiddelen
| Vormen
van niet-allergische voedselovergevoeligheid |
- Enzymdeficiëntie: lactose-intolerantie, het enzym lactase
ontbreekt.
- Voedselaversie
- Voedselvergiftiging
Oudere kinderen of
volwassenen kunnen soms koemelk niet goed verdragen, omdat zij
de lactose (melksuiker) die in melk zit niet goed kunnen
afbreken. Lactose gaat dan in de darmen gisten waardoor er
diarree, krampen en buikpijn kan ontstaan. Dit is geen
koemelkallergie, waar het lichaam met een allergische reactie op
de koemelkeiwitten reageert maar lactose-intolerantie. Mensen
met lactose-intolerantie missen het enzym lactase dat lactose
afbreekt. Als je een lactose-intolerantie hebt kan je producten
met lactose met mate gebruiken.
Intolerantie komt bij
baby's niet zo vaak voor. Soms heeft een baby een
koemelkintolerantie wat vaak veroorzaakt wordt door een
tijdelijk darmprobleem bijvoorbeeld een darmontsteking.
Bij
een kwart van alle peuters veroorzaken kleurstoffen in
kindervoeding gedragsstoornissen als driftbuien en
hyperactiviteit. De kleurstoffen tartrazine (E102), zonnegeel
FCF (E110), karmozijnrood (E122), cochenillerood A (E124) en het
conserveringsmiddel natriumbenzoaat (E211) werden getoetst op
277 kinderen van 3 jaar. De kinderen dronken gedurende 2 weken
vruchtensap waaraan de additieven werden toegevoegd, minder dan
de toegestane hoeveelheid. Daarna dronken ze voor een eerlijke
vergelijking nog twee weken lang hetzelfde sap, maar dan zonder
toevoegingen. Een kwart van de ouders meldden hyperactief
gedrag. Volgens de onderzoeker kan hyperactief gedrag sterk
dalen wanneer kleurstoffen en dergelijke uit voeding worden
geweerd. Ongeveer 40% van alle kindervoeding en drankjes bevat
toevoegingen. De geteste additieven zitten in Fanta en Cola,
maar ook in smarties, winegums van Red Band en Haribo. Meer
onderzoek is gewenst!
(Bron:
www.voedingsecho.nl)
|