| Voedselovergevoeligheid
zijn alle ongewenste reacties na inname van voedsel.
Voedselovergevoeligheid kan je indelen in voedselallergie
en niet allergische voedselovergevoeligheid.
Er is sprake van een voedselallergie
als het afweersysteem reageert op inname van bepaald voedsel.
Als voorbeeld kunnen koemelkeiwitten als lichaamsvreemd worden
gezien waarna in het lichaam een allergische reactie plaats
vindt. Voedselallergenen zijn eiwitten in onze voeding die in
staat zijn een allergische reactie op te roepen.
Voedselallergie
komt bij baby's en jonge kinderen regelmatig voor, vaak als het
gevolg van een koemelkeiwitallergie.
85% van alle allergische klachten bij zuigelingen en
peuters heeft waarschijnlijk te maken met voeding. Inhalatie allergenen
gaan meestal wat later een rol spelen als je kind wat ouder is.
Allergieën kunnen zich op alle leeftijden
ontwikkelen, maar met name baby's in het eerste levensjaar zijn
kwetsbaar. Veelal krijgen baby's tussen het tweede en zesde levensmaand
voor het eerst allergische klachten. Vaak gebeurt dit bij de overgang
van borstvoeding op flesvoeding of tijdens het begin van de bijvoeding.
Bij zuigelingen is het maagdarmkanaal nog niet
helemaal goed ontwikkeld en minder in staat om goed eiwitten te
verteren. Het slijmvlies van het maagdarmkanaal heeft bijna twee jaar
nodig om volledig te rijpen. In deze periode laat het slijmvlies
onverteerde eiwitten nog gemakkelijk passeren. Deze eiwitten komen dan
rechtstreeks in het lichaam.
Ook als het dunnedarmslijmvlies beschadigd is (ontsteking),
kunnen langere eiwitstukken het darmslijmvlies passeren.
Bij baby's
en kinderen met een
allergie werkt het afweersysteem te heftig op sommige onverteerde eiwitten die
het slijmvlies gepasseerd zijn. Het gaat dan om stoffen die
eigenlijk ongevaarlijk zijn.
Normaal
gesproken beschermt het afweersysteem ons tegen ongewenste indringers zoals
ziekteverwekkende bacteriën en virussen. Baby's kunnen op deze eiwitten reageren met
een allergische (immunologische) reactie.
Voor sensibilisatie tegen een allergeen is maar een kleine
hoeveelheid nodig. Een baby kan daardoor ook via borstvoeding
bijvoorbeeld een koemelk-allergie ontwikkelen. Wanneer na
sensibilisatie opnieuw contact plaatsvindt, ontstaan klachten
door activering van de mestcellen.
Het gaat dan om
bijvoorbeeld eiwitten die voorkomen in koemelk, kippenei,
noten, vis
en soja.
De eiwitten
waar iemand iemand allergisch voor is, worden allergenen genoemd. Bij
voedselallergie beschouwt het lichaam deze allergenen als ziekmakende
indringers die met antistoffen moeten worden uitgeschakeld.
De antistoffen zorgen voor een allergische reactie in de vorm van
bijvoorbeeld huidreacties (eczeem), jeuk, krampen, kolieken, ontroostbaar huilen, spugen, diarree, verstopping,
luchtwegklachten zoals benauwdheid of neusverkoudheid en ontstekingen van oog- en neusslijmvlies.
Deze reactie
kan vrij direct nadat je kind iets gegeten heeft optreden. Maar het kan
ook dat dit pas uren of zelfs dagen later gebeurt.
Bij
voedselallergie speelt vooral het immunoglobuline E (IgE) een
belangrijke rol. Daarom wordt de allergische reactie
die plaats vindt bij voedselallergie ook wel een IgE-gemedieerde
reactie genoemd. Voedingsmiddelen zoals koemelk, soja, pinda,
kippenei en noten kunnen een IgE-gemedieerde reactie
uitlokken.
Niet altijd speelt bij een allergische reactie op voedsel IgE
een rol. In dit geval spreekt men van een niet IgE-gemedieerde
reactie.
Belangrijke
adressen die je kunnen helpen met informatie en folders over
voedselallergie zoals het Voedingscentrum en Stichting
Voedselallergie zijn te vinden bij LINKS.
|